Als kleine jongen was Rini Groothuis al niet van de waterkant weg te denken. Het rimpelende nat trok hem onweerstaanbaar, als een krachtige magneet, naar zich toe. Hij interesseerde zich voor al het waterleven, variërend van de schaatsenrijdertjes en waterspinnen op het waterspiegel tot de salamanders en stekelbaarsjes eronder.

Al vroeg trok hij met zijn opa en zijn vader erop uit om te vissen: baarsjes en grondeltjes in het kanaal, voorntjes en brasems in de naburige leemputten. Het was op een van die vispartijen met zijn vader, dat zijn bamboehengeltje door een aanbijtende karper in het water werd getrokken en als een speer over het oppervlak werd gesleurd. In deze van opwinding bol staande situatie was zijn vader de reddende engel: die aarzelde geen moment, kleedde zich uit en dook in zijn onderbroek de hengel achterna. Tien minuten later lag een 40 cm lang lederkarpertje amechtig in het gras: Rini’s eerste karper! Sindsdien beheerst deze intrigerende vis zijn hobby’s: het karpervissen en het houden van koi.

Rini schreef vijf boeken, waarvan en Het Grote Karperboek zes herdrukken kende en waarvan meer dan 40.000 exemplaren werden verkocht. Hij was kind aan huis bij grote viskwekerijen, zoals de Organisatie ter Verbetering van de Binnenvisserij, waar hij veel opstak van de kweek van verschillende soorten karper. Hij publiceerde honderden artikelen in binnen- en buitenland en wordt alom gezien als de goeroe van de moderne karpervisserij. Hij is erelid van de Engelse Carp Society en de Nederlandse Karperstudiegroep. In 1998 werd hij genomineerd voor de Promotieprijs in dit specialisme en in 2007 werd hem deze eervolle prijs toegekend voor zijn gehele oeuvre. Op de ranglijst van meest gelezen en gewaardeerde auteurs van de 20e eeuw neemt hij in dit specialisme een opvallende zesde plaats in.

 

Het laatste decennium is de balans echter langzamerhand van de karper als sportvis overgeslagen naar de koi als siervis. De imposante verschijning, de prachtige kleuren, het vredelievende karakter (een van de weinige diersoorten die geen territoriumgedrag kent) en de eigen identiteit geven dat koihouden voor hem een extra reliëf. Rini houdt al vanaf zijn 25e jaar koi. Eerst goudkarpers, daarna Europese en later Israëlische koi. Tegenwoordig echter alleen maar hoogwaardige Japanse koi. Zoals vrijwel elke koiliefhebber heeft hij een groot aantal vijvers gehad. Zijn huidige vijver is 38 kuub en wordt uitsluitend door Bakki Showers aangedreven.

Hij heeft een sterke voorkeur voor go-sanke, met name kohaku, die hij als de Rolls Royce onder de koi beschouwd. Zijn lieveling is Domino, een 93 cm. lange, mannelijke sanke van Momotaro met een body als een sumoworstelaar. Hij is zeer geïnteresseerd in bloedlijnen, omdat die een sterke indicatie vormen van wat je van een koi in de toekomst mag verwachten. Vaak komen koi in optimale kleurstellingen uit Japan hier terecht, om naderhand sterk in kwaliteit terug te lopen aangezien het vijverwater van de koihobbyist niet optimaal is om de vis te laten evolueren. Rini’s streven is zijn water die kwaliteit te geven dat koi zich optimaal in body, kleur en huid ontwikkelen. Dat is ook hetgeen hij in zijn zesde boek Nishikigoi Symfonie – zijn 1e boek over koi – wil weergeven.